Schoenen

 

Goed eten, goed slapen en goede schoenen: dat is het goede advies wat ik van mijn vader heb mee gekregen. Het bleek genoeg te zijn. Ik vaar er wel bij.

Ik heb op die drie dingen altijd gekeken naar de kwaliteit en minder naar de prijs.

Wat betreft de aanschaf van loopschoenen: ik denk dat het altijd verstandig is om in een speciaalzaak naar je voeten te laten kijken. Een goede loopzaak heeft een baan met video en een voetspiegel. Daaruit kan je al veel informatie halen over de stand van de voeten en de manier waarop je landt tijdens het lopen. Neem vooral je oude schoenen mee, zodat de verkoper kan zien op welke manier je schoenen zijn afgesleten! Het gaat een beetje te ver om nu alle facetten van voeten, landen, lopen etc. te bespreken, maar belangrijk voor de schoenkeuze is dat wel.

Het voordeel van een speciaalzaak is dat je advies krijgt van iemand die er hopelijk verstand van heeft en zich niet laat leiden door de verkooptarget van deze week. Ook kun je meerdere merken proberen en zo kijken welke schoen het beste bij jou past.

Weinig mensen gaan naar een loopspeciaalzaak om alleen maar te kijken en te passen. Je slaagt daar of je loopt niet! Vaak hebben ze 10 merken, met alle maten en half-maten, plus alle vrouwen modellen, type schoenen etc.

Er zijn nogal wat eisen waaraan een goede schoen moet voldoen.

·          Stabiliteit

·          Schokdemping

·          Flexibiliteit

·          Ventilatie

·          Slijtvastheid

·          Pasvorm

Een schoen moet vakkundig gemaakt zijn. Dus dat is een keuze van materiaal en vakmanschap. Vervolgens dient hij stevig genoeg te zijn waar dat nodig is, maar ook soepel. De pasvorm moet uitstekend zijn, het gewicht zo laag mogelijk en hij moet vocht en warmte afvoeren. Hij moet dempen waar dat gewenst is, maar soms ook hard zijn.

Hij moet slijtvast zijn en 1000 tot 1250 km meegaan. Hij moet geschikt zijn voor wat jij er mee gaat doen.

Bij de keuze van iets eenvoudigs als een automobiel of meubelstuk -beide zijn, net als de schoen ook een individueel massaproduct-,  laten we ons adviseren door kennissen, buren, folders, reclames, verkopers, testen, prijzen etc.

Het is daarom iets te eenvoudig om lukraak een paar schoenen uit een rek te vissen bij een plaatselijke supermarktketen en te zeggen: zo is het ook prima en de rest is flauwe kul.

Ik denk dat prijs geen argument mag zijn wat betreft de keuze van loopschoenen. Al vind ik loopschoenen in Nederland ook erg duur. Dezelfde schoenen van een bekend merk kosten in hun geboorteland, de V.S., maar de helft in euro’s. Maar het enige wat je echt nodig hebt om goed en blessurevrij te kunnen lopen is een paar goede schoenen. Dus als je geld uitgeeft, doe dit dan aan schoenen. Alle accessoires daar omheen zijn wel leuk maar eigenlijk een bijzaak.

 

Gerard Lange

   
   

 

Trainen, wat is dat eigenlijk?

 

Wanneer je elke week 2 of 3 keer hetzelfde rondje in hetzelfde tempo loopt is dat goed voor je gezondheid, maar het is geen trainen.

Wat is trainen dan wel?

Bij training probeer je door doelgericht bezig te zijn jezelf te verbeteren. Een van de definities luidt: regelmatig, geleidelijk progressief toenemende belastingcomponenten oefenen, met het doel de prestatie te verbeteren...Conditie, techniek, tactiek en mentale weerbaarheid zijn trainbare factoren. Je conditie verbeteren staat voor het verbeteren van je motorische basiseigenschappen. Dat zijn kracht, snelheid, lenigheid en uithoudingsvermogen.

Ik wil proberen de trainingsprincipes zoals we die in de training gebruiken uit te leggen zodat het misschien wat duidelijker wordt waarom we trainen zoals we trainen. Bij training geef je het lichaam een prikkel: de zogenaamde “overload”. Het lichaam reageert hierop door zich proberen aan te passen aan de prikkel (lees inspanning). Het is dan van groot belang dat die prikkel op maat is. Is de prikkel te laag dan reageert het lichaam niet en zal het ook niet zijn best doen om te verbeteren. Is de prikkel te groot dan zegt het lichaam: bekijk het maar, dit is te gek en raak je geblesseerd, overtraind of ben je gewoon veel te moe. Van iedere goed gedoseerde training moet het lichaam herstellen. Van een te zware training of een wedstrijd duurt het herstel veel langer. Een belangrijke rol speelt hierbij de overcompensatie. Dit houdt in dat het lichaam alle kleine beschadigingen die tijdens de belasting ontstaan herstelt en zelfs het wat beter en sterker maakt dan voor die tijd. Daarna verzwakt het weer naar het oude niveau.

De kunst van goed trainen is dus: het lichaam op de juiste manier te belasten op het juiste moment. Na een goed gedoceerde training ligt dit moment van herstel na ongeveer twee dagen. Heb je te zwaar getraind dan duurt dit herstel langer en is het lichaam nog niet voldoende hersteld voor een volgende training. Ga je te vroeg weer te zwaar trainen dan breek je steeds meer af en zul je eerder slechter dan beter worden. (Dit geldt voor trainingen van hetzelfde energieleverantiesysteem. Je kunt dus ook een heel ander soort training doen, dit voor de slimmeriken die zich afvragen waarom topsporters wel 15 keer in de week kunnen trainen). Loop je maar een keer in de week dan kun je nooit gebruik maken van de supercompensatie en zul je vrij snel merken dat je niet meer vooruit gaat. Dit principe geldt binnen een training, het geldt ook voor trainingen binnen een week en ook voor de weekplanning binnen een langere periode.

Herstel is ook trainen en net zo belangrijk als inspanning.

Natuurlijk spelen er nog veel meer factoren een grote rol bij een training(cyclus), maar ik wil hiermee beginnen  omdat ik merk dat teveel mensen nog denken dat trainen betekent dat je je helemaal total-loss moet lopen en dat liefst zo vaak mogelijk. Nee dus. Je kunt door goed te trainen minder werk verzetten en toch veel meer resultaat bereiken.

Gerhard Lugard

 

 

 

 

 

Hoe langer , hoe langzamer.

 

Beste atleten,

In gesprekken met atleten merkte ik dat bij diverse mensen de duurloop een vrij eenzijdige bezigheid is.

Hieronder enkele mogelijke variaties die je in de duurmethode kan toepassen. Allereerst ook even iets over duurlooptempo’s.

Je kunt een duurloop grofweg verdelen in 4 tempo’s:

  • DLTP 1: is op 80% van je anaėrobe (AD) drempel

  • DLTP 2: is op 85-90% van je AD-drempel

  • DLTP 3: is op 90-95% van je AD-drempel

  • DLTP 4: is op 95-100% van je AD-drempel.

Een andere methode is het simpelweg nemen van 4 verschillende snelheden: 11 km p/u, 12 km p/u, 13 km p/u en 14 km p/u

 

De variabele of wisselduurloop:  

Wissel blokken van verschillende tempo’s met elkaar af;

  • DLTP 1

  • DLTP 2

  • DLTP 1

  • DLTP 3

Dit kan in gelijke blokken van bijvoorbeeld 10 minuten per blok.

Dit kan ook in blokken met verschillende lengte. Bijvoorbeeld;

  • 15 minuten DLTP 1

  • 10 minuten DLTP 2

  • 5 minuten DLTP 3

  • 15 minuten DLTP 1

 

Climaxloop:

Waarbij het tempo per tijdsblok oploopt en de lengte van het tijdsblok afneemt. Bijvoorbeeld;

  • 25 minuten DLPT 1

  • 20 minuten DLPT 2

  • 15 minuten DLPT 3

  • 5 minuten DLPT 4

 

Tempo’s binnen de duurloop:

Je neemt als basis DLTP 1. Stel je loopt een uur. Hierbinnen loop je 4 keer een versnelling van 4 minuten in DLTP 2 of 3. Na elke  versnelling ga je terug naar DLTP 1.

De lengte van de duurloop kun je laten toenemen en je kunt de versnellingen uitbouwen in lengte en in frequentie (4 keer 6 min of 6 keer 4 minuten)

Ik denk dat als je traint voor een 10 km, je niet langer dan 1.15 uur zou moeten duurlopen. Voor een ½ marathon is of de tijdsduur die je denk te gaan lopen voldoende, of de afstand. Lange duurlopen zijn erg belastend en vermoeiend en gaan ten koste van je snelheid. Je beoogde wedstrijdtempo ligt boven je langzame duurlooptempo’s.  

Door middel van bovenstaande vormen houdt je het leuk en afwisselend en werk je aan je snelheid en tempohardheid.

Succes,

 

Gerard Lange